De woorden prijken op de mouwen van Pharrel Williams terwijl hij ons vraagt of we ‘into a party’ zijn. Als ik hevig ja sta te knikken herhaalt een van mijn vrienden de woorden fluisterend in mijn oor. Met een glimlach beantwoord ik deze prachtige uitspraak alvorens de Alpha-tent opnieuw ontvlamt bij het zoveelste explosieve nummer. Ik dans tot ik erbij neerval en spring zoveel mogelijk gaten in de lucht. Even pauzeer ik om een rondedansje te maken met mijn festivalmaatjes waar ik een paar uur eerder nog mee stond te huilen bij Trixie Whitley. Mijn energie stroomt alle kanten op en ik pak mijn moment. Ik neem me voor ervan te genieten. Voor haar. Voor mij. Voor allebei. Omdat zij het niet meer kan.

Nederlandse vrijstaat

Sinds zeven jaar ben ik weer op Lowlands. Het is een bijzonder fijn weerzien. De sfeer is grandioos, het bier smaakt lekker, de muziek komt binnen en de zon laat zich zien. In 1995, toen ik me voor het eerst onderdompelde in deze Nederlandse vrijstaat, ging er een wereld voor me open. Samen met dit jaarlijkse hoogtepunt ben ik groter geworden. Ik heb er mijn lief leren kennen, nieuwe muziek ontdekt, grootse (én slechte) artiesten gezien, nachten gedanst, veel te veel gedronken, modder gehapt en weinig geslapen.

Onzichtbare grens

Ook al ben ik inmiddels een veteraan in dit vertrouwde stukje polder, ik vond het spannend om weer te gaan. Zou de chemie tussen mij en het festival nog werken? Waar Lowlands met name in uiterlijke zin is veranderd, ben ik ook aan de binnenkant niet meer dezelfde. Het verlies van Maxine heeft mij deels tot een ander mens gemaakt. Nadat ze was overleden kon ik niet meer tegen feestende mensenmassa’s. Als ik ermee in aanraking kwam voelde ik een soort onzichtbare grens tussen hen en mij. Ik woon in een wereld die ‘rouw’ heet en zij begaven zich in een, grotendeels onbezorgde, wereld waar ik naar terug verlangde. Meefeesten betekende de grens oversteken en het risico nemen de verbinding met Maxine kwijt te raken. Een onmogelijk tweestrijd.

‘Als ik ermee in aanraking kwam voelde ik een soort onzichtbare grens tussen hen en mij. Ik woon in een wereld die ‘rouw’ heet en zij begaven zich in een, grotendeels onbezorgde, wereld waar ik naar terug verlangde.’

Tweestrijd

De afgelopen jaren heb ik, stapje voor stapje, geleerd hoe ik me tussen deze werelden kan begeven, zonder de verbinding te verliezen. Deze voelt nu oersterk. Als Spinvis ‘Astronaut’ ten gehore brengt zweef ik in gedachten samen met haar boven het Lowlandsterrein. Terwijl het festival vordert voel ik de tweestrijd verder verdwijnen. De stapjes worden stappen, letterlijk en figuurlijk. Na een heuse ‘sitdown’ sta ik tijdens het optreden van N.E.R.D. inmiddels flink mee te aerobicen en heerlijk gek te doen. Als het laatste nummer van het album ‘No one ever really dies’ wordt ingezet ben ik de pijn in mijn voeten vergeten en is mijn hart gevuld met blijheid waarin ze verder danst.

Goeie reis
Je hebt nu geen gewicht
Astronaut
Ga sneller dan het licht

De planeten zingen zacht
Van het wonder dat je wacht
Kijk niet om ga steeds vooruit

Goeie reis en hou je haaks en kijk goed uit

Astronaut
Astraal verzilverd kind
Astronaut
Door duisternis omringd

En als je soms verdwaalt
Ga rechtdoor en wees niet bang
Geef de liefde wat ze vraagt
Eet de vruchten die ze draagt
Kijk niet om ga steeds vooruit
Kijk niet om ga steeds vooruit

Goeie reis en hou je haaks en kijk goed uit

(Spinvis: Astronaut)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *